|
|
Regisseur Tim Oliehoek gaat 'Vet hard'! 'Vet hard' is een Nederlandse actiekomedie van de jonge regisseur Tim Oliehoek. Jack Wouterse speelt de hoofdrol van de domme crimineel Bennie die snel geld nodig heeft voor een illegale lever voor zijn zieke pleegvader. Andere rollen zijn voor Kurt Rogiers ('Costa!') en Bracha van Doesburgh die haar speefilmdebuut maakt. Een dikke week voor de officiële première van 'Vet hard', sprak filmjournalist Robbert Blokland met regisseur Tim Oliehoek.
Hoe gaat het met je? Goed. Heel raar, dat nu maandag over een week al de première is. Het feit dat het nu allemaal klaar is en dat ik niets meer kan doen vind ik eigenlijk nog enger dan het draaien van de film zelf. Dan heb ik alles tenminste onder controle, en weet ik wat ik allemaal nog moet doen, je kan nog dingen veranderen. Nu is het af, ik kan alleen nog maar wachten.
Ben je tevreden? Ja, ik ben absoluut tevreden! Het is meer dat nu andere mensen ermee aan de slag zijn. Niet dat ik ze niet vertrouw of zo... hoe breng je de film uit, hoe zet je hem in de markt, wat voor publiciteit probeer je te regelen: daar heb ik niet veel meer mee te maken. Ik kan wel zeggen wat ik graag zou willen en hoe ik het voor me zie, maar de film, datgene waar ik verantwoordelijk voor ben, is een afgesloten hoofdstuk. Daar heb ik wel een heel goed gevoel over: we hebben er tot het laatste moment aan zitten sleutelen.
Als ik een stuk schrijf, hoe vaak ik het ook doorlees: zodra je het hebt ingeleverd, ontdek je toch weer andere fouten. Ja. Dat blijft toch wel, volgens mij. Maar ik kan nu nog niet die afstand van Vet hard! nemen: de print is echt net een week op slot, vermoedelijk gebeurt dat bij de première pas. Wat wél zo is - als ik nu oudere dingen van mezelf bekijk, dat ik dan genoeg zie waarvan ik denk: 'tja, mwah, dat had eigenlijk anders gemoeten'. Ik denk dat dat ook het leuke is trouwens, van het leven in het algemeen en van film maken in het bijzonder: dat je altijd maar blijft leren... of klinkt dat erg Oprah Winfrey? Bij elke volgende film neem je natuurlijk de ervaring van vorige producties mee. Hoop ik, in elk geval. Op zich brengt ieder project nieuwe uitdagingen met zich mee waar je weer nieuwe oplossingen voor moet verzinnen. Niets lijkt me ook saaier dan twee keer hetzelfde doen.
Is de première van Vet hard! spannender dan die van eerdere films? Er hangt toch vrij veel van deze film af voor je. Ja, het is natuurlijk mijn eerste bioscoopfilm... maar de premières van andere films waren eigenlijk ook héél erg spannend. Ik weet nog wel dat er een persvoorstelling was van Isabelle, mijn eindexamenfilm. Ik moest mijn film inleiden voor de pers - toen was ik ook doodnerveus wat ze er over zouden schrijven. Maar Vet hard! is de eerste keer 'voor het eggie', ja, dat wel: dit is iets dat ik al heel erg lang heel erg graag heb gewild.
Er is bijna vier miljoen euro in jou gepompt: nu moet gaan blijken of je dat waard was. Ja, maar dat zegt mij niet zoveel, eigenlijk.
Anderen wel, gelóóf me! Ja, ongetwijfeld. Maar die 3,7 miljoen euro maakt de film voor mij niet extra bijzonder. Dit verhaal vroeg toevallig om dat bedrag - als ik als eerste bioscoopfilm een productie van één miljoen euro had gemaakt, was ik net zo nerveus geweest.
Vier miljoen brengt toch meer verantwoordelijkheid met zich mee, dunkt me. Ja... maar daar heb ik eigenlijk geen moment stil bij gestaan. Volgens mij word je als regisseur ook helemaal gek als je dat wél doet trouwens. Jij moet je als regisseur gewoon bezig houden met het verwezenlijken van het plan dat jij gemaakt hebt. Het regelen en beheren van het geld is in principe een zaak voor de producent natuurlijk.
Vet hard! was een initiatief van San Fu, toch? Ja, klopt. Maar in het invullen van de film heeft hij me verder erg vrij gelaten. Wat voor look krijgt de film, hoe vertolken de acteurs hun rollen, waar zet je de camera's neer - dat heb ik eigenlijk helemaal zelf mogen uitdokteren. Ik besef me absoluut wat een luxe dat is geweest.
Ervaar je jezelf ook als een groot talent, dat je deze kans gekregen hebt? Ik vind mijn regiekunnen nou niet zo onwijs bijzonder, dus dat zal je mij niet horen zeggen. Maar ik denk dat ik best goed ben in een bepaald genre, dat wel. Ik was op de Filmacademie ook één van de weinige die al vanaf het begin af aan ongegeneerd riep dat hij van commerciële films hield, en dat ik die ook zelf wilde gaan maken. Dat viel al meteen op: doordat ik heel bewust dat bepaalde genre koos, viel ik op, want niemand anders koos voor dat genre. Men wist al snel dat je voor het in beeld brengen van een bepaald soort verhalen het beste naar mij toe kon stappen. 'Publiek vermaken? Dan moet je bij die Oliehoek zijn!' De rest zag - zonder ze af te willen vallen of zo - film geen moment als een product dat je moet verkopen.
Maar als een kunstvorm? Ja. Dat is óók goed, natúúrlijk! Maar ik heb het nooit zo gezien. Veel mensen moeten toch een kaartje willen kopen, dáár maak je een film voor. Het is niet goedkoop om een film te maken, dan moet het ook wel wat geld opleveren.
Wat betekent film dan in jouw leven? Louter vermaak? Ja, eigenlijk wel.
Als je er al zó lang zó intensief mee bezig bent, dan is het toch wel iets meer dan louter vermaak? Ik hou enorm van de illusie. Of meer: het dóór hebben van die illusie. Ik begreep al op m'n tiende dat film eigenlijk niet meer is dan een zootje shots die als je ze heel slim achter elkaar zet een illusie vormen die mensen gaan geloven. Als kind is er eigenlijk niets leukers dan andere mensen voor de gek houden. Ik wilde dat trucje goed onder de knie krijgen... dat gaf toch een soort 'macht', denk ik. Zonder nou meteen als een autoritaire potentaat te klinken overigens, maar die 'macht' geeft me toch wel een enorme positieve kick. Nog steeds, eigenlijk. Neem die scène in Vet hard! met die Hercules: dat toestel is toen we filmden geen moment van de grond geweest. Toch gelooft je publiek dat het toestel rakelings over Schiphol scheert, achtervolgd door een kordon politieauto's. Dat wérkt, heb ik gezien tijdens testscreenings - dat geeft zó'n goed gevoel! Je hebt geen flauw idee wat een ingewikkelde puzzel die scène is geweest, hoe lang het duurde voordat we die illusie volmaakt hadden gekregen. Het perfect krijgen van zo'n moment geeft een enorme kick - of nog meer, de aandacht en het respect die je daarmee oogst. Ik ben best een aandachtorgel: ik zoek continu erkenning voor wat ik kan of wat ik doe. Ik wil dat mensen lachen om zo'n sequentie, of het spannend vinden - eerder ben ik niet tevreden. Maar daar ben ik volgens mij echt niet de enige in: ik denk dat dat voor elke filmmaker geldt.
Wat vind je fijner: als dat trucje bij jou zelf werkt, of als jij dat trucje bij andere mensen láát werken? Dat hangt met elkaar samen, denk ik. Toen ik eenmaal begreep hoe het trucje werkte, ben ik tientallen films gaan ontleden: echt beeldje voor beeldje, shotje voor shotje nazoeken waarom een regisseur een bepaalde volgorde in beelden heeft aangebracht. En vervolgens zelf een zelfde soort fragment filmen, in de achtertuin of op straat, en dan kijken of het bij jou óók werkt. Tien verschillende shots maken van de huiskamer, en dan proberen te ontdekken welke hoek waarom het beste effect bewerkstelligt. Heel veel uitproberen, continu het resultaat aan vrienden en familie laten zien - op een gegeven moment krijg je daar dan wel een bepaalde handigheid in.
Hoe oud was je toen dat hele proces begon? Twaalf. Stomtoevallig kreeg ik toen een camera in handen. M'n vader had een rotdag en heeft toen uit pure frustratie iets gekocht, een camera dus. Daar kwam hij mee thuis, midden op de dag - ik heb dat ding toen van hem afgepakt, en eigenlijk nooit meer terug gegeven. Dít was leuk! Dat intens blije gevoel heb ik nog steeds als ik achter een camera sta.
Wat was de eerste film die je zag? ... Dat was een tekenfilm.
'Bambi'? Hahaha! Bijna. Peter Pan. In de bioscoop. Ik was toen een jaar of... vijf? Ik weet daar eigenlijk weinig meer van. De eerste speelfilm die ik me echt góed kan herinneren... dat moet in 1986 zijn geweest.
'Flodder'? Ja, hahahaha! Flodder, inderdaad. Met m'n vader. Vond ik echt te gék.
Toen was je... zeven? Ja.
Die film was twaalf jaar gekeurd volgens mij! Ja, dat klopt! Maar m'n vader heeft me toen toch binnen weten te smokkelen, hahaha! Heeft echt diepe indruk op me gemaakt, die film.
Vanwege Tatjana? Dat moment staat mij nog héél goed bij... de eerste borsten die ik zag op het witte doek. Hahahaha! Dat deed me niet zoveel, geloof ik. Maar het was vooral het 'volle zaalgevoel' dat totaal bezit van me nam: met z'n allen massaal lachen om die film, geweldige ervaring! Dat was ook zo'n verademing bij testviewings van Vet hard!, trouwens. Als je monteert, zweef je toch een beetje in het luchtledige: je hebt in principe niemand op wie je de montage op dat moment kan testen. Die eerste testviewing gaf zó'n enorme kick: de mensen moesten lachen, waren stil op de goede momenten, soms ook níet op de goede momenten trouwens... maar er was in elk geval een reactie. Dat voelt zó goed, die eerste keer je film zien met een zaal vol publiek. Dat is zó'n verschil met de verplichte viewings voor producenten of fondsen of distributeurs: die bekijken zo'n productie toch vooral met een heel zakelijke blik. Dat zijn in principe natuurlijk ook niet de mensen voor wie ik Vet hard! gemaakt heb.
Veel critici hebben een hekel aan 'films die voor een doelgroep zijn gemaakt'. Films zijn gewoon góed of slécht; ze wérken of werken níet. Filmcritici weten ook verrotte goed dat het een enorm verschil maakt of je een film op maandagochtend kijkt in een zaaltje met twintig serieuze professionals of in een afgeladen Tuschinski op vrijdagavond. Althans, dat weet ík van mezelf: reacties kunnen enórm aanstekelijk zijn. Los van het feit of een film goed is of niet, maar het moment maakt er wél een heel andere ervaring van. Ik vind het ook zo jammer dat veel critici films vaak zo slecht binnen een bepaald genre kunnen beoordelen: 'ik hou niet van botte actiefilms, dus er zijn geen goede botte actiefilms', zo'n houding. Dat jij niet van een genre houdt, betekent niet dat in het genre geen goede films zijn. Dat is overigens óók iets dat ik heb moeten leren hoor: ik zat vroeger ook álle dramafilms af te kraken, simpelweg omdat ik niet van dat soort films hield. 'Boodschap? Bullshit!' Maar dat is natuurlijk enorm kortzichtig: je kan óók van een film in een genre waar jij niet van houdt zeggen of ie goed gemaakt is of niet.
Waar ben je het bangst voor? Dat de critici je in de steek laten, of het publiek? Het publiek.
Jij maalt niet om recensies? Jawel, zeker wel. Recensies zijn doodeng. Maar het publiek, daar máák je de film voor. Anderzijds, regisseurs die roepen 'het kan me niet schelen wat de pers schrijft', die geloof ik geen moment. Je bent zó lang met een film bezig, dat wordt echt je kindje - natúúrlijk wil je dat iedereen jouw kind leuk vindt, óók de critici. Alle kritiek trek je je aan.
Maar dóe je er ook iets mee? Nee, de film is af. Dat kan toch niet meer?
Nee, dat begrijp ik. Maar bij volgende projecten? Of ik van de pers iets gehoord heb waar ik iets aan had bij volgende films?
Ja? Ehm... nee. Eigenlijk niet. Maar zoveel films zijn er van mij ook nog niet gerecenseerd trouwens. 15:35 Spoor 1 was ook niet écht mijn film hè.
Naar wat ik gehoord heb, gaat een aantal recensenten in elk geval vallen over de botheid van Vet hard!. Och, dat vind ik niet erg. Als dat het ergste is dat ze op de film aan te merken hebben...
Is daar flinke discussie over geweest, hoe ver jullie daar in konden gaan? De film is vrij bot, dat kan je niet ontkennen. Ik vind het niet shockerend bot, zelf, absoluut niet.
Iedereen gaat op gruwelijke wijze dood! Het is stripboekengeweld, niet meer, niet minder! Die vette knipoog voel je de hele film door, dat relativeert het allemaal enorm. Je ziet geen koppen rollen, geen slagaderlijke bloedingen, geen uitpuilende ingewanden... alle karakters zijn ook niet meer dan striphelden.
Die grens is heel dun - tussen goede smaak-bot en bot-bot. We hebben heel bewust met de acteurs besloten dat ze de karakters heel serieus spelen: ze doen geen moment gemaakt tomptiedomptiedom-lollig, zeg maar. Geen Bassie & Adriaan. Maar de situaties waarin ze terechtkomen zijn natuurlijk volslagen belachelijk: dát moet de grap zijn. Voor mij werkt de botte humor op die manier. Over het geweld hebben we zeker wel discussies gevoerd: San Fu wilde perse dat de film een '12 jaar'-keuring kreeg.
Heeft hij echt ingegrepen dan? Hij heeft wel een aantal keer met zijn vuist op tafel geslagen: 'Tim, dit is echt te erg, dat moet minder'. We hebben heel bewust geprobeerd een gulden middenweg te vinden: dat het af en toe wel een beetje shockerend zou kunnen zijn, maar niet té. Bijvoorbeeld die close-up van een verbrande Cees Geel in de keuken: die was in eerste instantie véél langer en véél roder. Dat werd daardoor véél te realistisch, vér voorbij het stripboekengeweld. Dús hebben we dat shot een paar seconden ingekort en met kleurcorrectie het felle rood wat weggewerkt.
Het is actually nog steeds vrij ranzig. Ja, dat wel, op zich. Maar de hele context heeft genoeg knipogen om het echt serieus te nemen: dat die bokser daar in een keuken ligt vastgebonden op een bakplaat, hij praat met een raar Limburgs accent... die scène is van elk realisme ontdaan.
Hahaha, dat zullen de Limburgse kijkers je in dank afnemen! Nee, dat Limburgs zelf is op zich niet zo raar! Maar hij wordt de hele tijd aangeprezen als de Moker van Mokum: dan verwacht je toch niet met een Limburger te maken te hebben. Ik vind dat contrast erg grappig... nog los van het feit dat Cees Geel die rol geweldig speelt. Niets ten koste van Limburgers, echt niet!
Denk je dat dat cartooneske aanslaat in Nederland? Ik denk dat een goede actiefilm vanzelfsprekend iets cartoonesks moet hebben. Kijk naar James Bond bijvoorbeeld - niet dat Vet hard! qua schaal is als James Bond is als James Bond, maar dat neem je toch óók geen moment serieus? Veel slechte actiefilms hebben totaal geen zelfspot. Als je de meest idiote actiescènes zonder enige relativering in beeld brengt, wordt het heel snel onbedoeld hilarisch - dát is pas dodelijk voor een film. En dat geldt al helemaal voor Nederland, waar we toch geen Hollywood-budgetten tot onze beschikking hebben om de actie er hyperrealistisch uit te laten zien. Misschien dat wij dat concept in Vet hard! iets verder hebben doorgevoerd dan gebruikelijk. Maar als je heel duidelijk een actiekomedie maakt, zoals wij toch hebben gedaan, kom je volgens mij met héél erg veel weg. Je moet er toch niet aan denken dat wij zo'n stuntelige, bijna surrealistische bankoverval serieus hadden benaderd? Dat had de scène er zeker niet beter op gemaakt.
Was het een voor- of een nadeel dat je een remake maakte? Toen ik Old men zag, vond ik het wel een leuke film, maar ik was er niet meteen fan van of zo. We hebben best veel aan het script veranderd.
Had je de film al gezien voordat San Fu met het idee kwam? Nee. Hij gaf me de film en zei: 'kijk hier eens naar, ik wil de film remaken, zou dat iets voor jou zijn?' Ik zag meer dan potentie van de remake dan dat ik het een geweldige film vond: ik zag vooral al die geweldige stunts, al die scènes die absolúút werkten. Maar ik vond Old men geen heel toegankelijke film: ik vond hem eigenlijk veel te afstandelijk. Dus zijn we met scenaristen Wijo Koek en Jan Verheyen heel erg gaan zoeken hoe we dat konden veranderen. We hebben meer voor Bennie gekozen, hebben de relatie tussen Bennie en Mast wat meer uitgewerkt. Niet dat het nu enorm diep gaat, zo'n soort film is het natuurlijk absoluut niet, maar er zit zeker méér in dan in Old men. De jaloezie tussen Koen en Bennie is nieuw... het hele verhaal heeft volgens mij iets meer body gekregen en is daardoor hopelijk wat toegankelijker geworden. Ik vind het wel gelukt, eigenlijk. Bovendien, hoeveel mensen hebben nou in Nederland en België Old men in new cars gezien? En die landen zijn toch de markt waar we ons met Vet hard! heel duidelijk op richten. Old men was niet heel toegankelijk voor het grote Nederlandse publiek.
Wat zijn dan de grootste verschillen? Je bedoelt behalve de Nederlandse acteurs en de Nederlandse settings? We hebben ons meer op Bennie geconcentreerd, en geprobeerd de motieven van de hoofdrolspelers duidelijker te krijgen. De film is helderder geworden, denk ik: ik begreep in Old men eigenlijk niet helemaal precies waarom iedereen deed wat hij of zij deed. Het waren allemaal leuke losse situaties, maar ik wilde meer snappen waaróm de personages deden wat ze deden. Zónder dat dat nou meteen heel erg diep zou gaan of zo: 'oh jee, vader gaat dood, ach en weeklaag'. Dat was in de montage ook wel een zoektocht, trouwens. Het leven redden van een terminale oude man is wel het hoofddoel van de film, maar het moet tóch komedie blijven. Dat was best lastig af en toe: in hoeverre kan je een grap uitmelken zonder dat je afbreuk doet aan de inhoudelijke rode draad die je toch wilt eerbiedigen? Die sigaret in zijn mond, of Chazia Mourali die steeds langs komt rennen... hoe vér ga je daarmee zonder dat dat mensen gaat storen? Want je moet als kijker uiteindelijk wél willen dat Mast het gaat redden.
Heb je eigenlijk nog contact gehad met Lasse Spang Olsen en Anders Thomas Jensen? Nee. San Fu natuurlijk wel, of in elk geval met de producent van de film. Ik heb Old men ook heel bewust maar één keer gezien, daarna wilde ik hem vooral loslaten. Anders blijven die beelden continu hangen: dat belemmert je in het ontwikkelen van je eigen ideeën over het verhaal. Ik wilde vooral mijn eigen beelden verzinnen, niet de Deense beelden kopiëren. Pas toen werd ik ook verliefd op het verhaal - dat had ik met Old men niet eigenlijk, daar werd ik niet meteen verliefd op. Ik had wel de kriebels in m'n buik, maar de echte verliefdheid kwam pas tijdens de ontwikkeling van het scenario.
Er zijn maar weinig regisseurs van wie op de site en in de persmap óók allemaal foto's te vinden zijn. Betekent Vet hard! ook vooral de lancering van het talent/merk Tim Oliehoek? Hahahaha! Ik heb daar niet om gevraagd of zo, laat dat duidelijk zijn! Ik denk dat San Fu dat misschien wilde... dat hij misschien wél belangrijk vindt dat er achter een film een gezicht schuil gaat, niet alleen een naam. Ik heb daar eigenlijk niet eens zo bij stil gestaan, weet je dat? Ik vind het ook zo bijzonder dat er op alle posters staat 'een film van Tim Oliehoek' - dat is toch geen naam waarvoor iemand naar de bioscoop toe gaat? Niemand kent die naam eigenlijk nog. Ik begrijp wél dat promotioneel gezien waarschijnlijk slim is om te beklemtonen dat ik nog een broekie ben eigenlijk: ik besef wel dat het best bijzonder is om als jongen van 25 zo'n grote film te maken. Dat gegeven kan de film ook een bepaalde identiteit geven die de doelgroep misschien erg aanspreekt. Het vleit me natuurlijk wél enorm dat San Fu dat zo uitbuit. Zoals ik al zei, ik ben een aandachtorgel en de presentatie van de film gaat gepaard met een hoop aandacht; dat vind ik absoluut niet erg. De film is het ook waard om aandacht te krijgen, vind ik: we hebben er twee jaar met z'n allen keihard aan gewerkt en nu moet ie vooral door iedereen gezien worden. Of iedereen moet in elk geval weten dat Vet hard! er ís: het heeft zo weinig nut om zo lang aan iets moois te werken als vervolgens niemand weet dát je dat gedaan hebt. Ik hoef niet in de belangstelling te staan als daar geen enkele reden voor is, maar deze erkenning vind ik zelf eigenlijk wel terecht.
Hoe moe word je inmiddels van de eeuwige vergelijking met Dick Maas? Ehm... tja... ik zie de vergelijking niet, eigenlijk. Of ja, ik zie de vergelijking natuurlijk wél: we maken allebei op onze eigen manier spektakelfilms. Maar ik zie meer verschillen tussen ons dan overeenkomsten, afgezien van die ene generaliserende overeenkomst. Tim Oliehoek is Tim Oliehoek en Dick Maas is Dick Maas, en dat moeten ze vooral ook blijven, denk ik. Ik snap de vergelijking wel, maar ik vind het niet leuk: ik wil bekend worden om wat ik zélf doe, en niet omdat ik iets doe dat in de verte lijkt op iets dat iemand anders doet.
Jij vergelijkt je eigen werk toch ook graag met James Bond? Ik vraag me af of wijlen Cubby Broccoli blij zou zijn met díe vergelijking. Ja... maar dat is een voorbeeld waar ik mezelf graag aan spiegel: ik streef er echt naar dát soort films te maken. Als iemand hoort 'Tim Oliehoek is de nieuwe Dick Maas', dan zegt dat helemaal níets over Tim Oliehoek. Degene die die vergelijking hoort, weet dan in feite nog helemaal níets over Tim Oliehoek, behalve héél globaal het genre films dat ik maak. Ik begrijp het herkenningspunt wel dat mensen nodig hebben, maar ik baal er wel van: ik wil dat mensen míj leren kennen, of in elk geval mijn films. Ik wil niet de annalen in gaan als 'die jongen die de nieuwe Dick Maas was'. Dáár doe ik het allemaal niet voor. Begrijp me niet verkeerd, ik was altijd een enorm grote fan van Dick Maas.
'Wás'? Ja... nou ja, ik heb nog steeds enorm veel respect voor hem, en bewondering voor de manier waarop hij zijn films maakt. Flodder was een geweldige film. Die had hij zelf geïnitieerd, zelf geschreven, zelf geregisseerd, de muziek zelfs zelf gedaan. Dat vind ik écht heel erg knap: dat je zoiets simpels verzint als 'ordinair gezin in villawijk' en dat zó kan uitwerken dat dat een film als Flodder oplevert. De laatste jaren heeft hij wat films gemaakt die ik niet zó goed vond... maar ik heb nog steeds veel bewondering voor hem, absoluut. Maar als je nou vraagt 'wie is je grote regieheld', kom ik terecht bij mensen als Robert Zemeckis of Steven Spielberg: die kunnen echt álles aan, die kunnen in élk genre prachtige films maken. Dat is toch iets waar ik ooit ook naar streef.
'Dick Maas is de oude Tim Oliehoek, en daar moet Dick trots op zijn.' Ehm... dat heb ik niet van mezelf gezegd hoor! Dat was Rolf, hahahaha! Tja... wat moet ik daarmee?
Daar kan je niets mee? Mmm... nee, sorry. Ik hoop wel echt dat Dick Maas vooral veel films blijft maken. En dan vooral films met veel zelfspot: hij was daar vroeger zó goed in namelijk. Maar juist daar aan ontbreekt het hem in zijn laatste films: die zijn allemaal zó serieus, dat is echt ontzettend jammer. Die knipoog is zó belangrijk in dat soort films.
Nog eentje. Iemand heeft gezegd: 'Tim kan méér dan Dick, Tim heeft namelijk veel oog voor de psychologie van zijn karakters. Een film als The Horseless Prince had Dick niet kunnen maken.' Ehm... wie heeft dat gezegd?
Victor Reinier. Hahahaha, dank je wel, Victor! Gevleid, echt. Maar wat moet ik van die uitspraak vinden?
Mee eens? Ik vind het heel moeilijk om zo over mezelf te praten, eigenlijk.
Je bent nu het middelpunt van de aandacht! Ja, ja, ja... maar The Horseless Prince, waar Victor in speelde, was in alle opzichten een bijzondere film. Er zaten flink wat autobiografische aspecten in, wat het al bij voorbaat veel gevoeliger en persoonlijker maakte dan andere films van mij. Dat zie je er volgens mij ook wel aan terug: The Horseless Prince is in geen enkel opzicht te vergelijken met bijvoorbeeld Vet hard!. Ik weet niet of Dick Maas zo'n soort film had kunnen maken; ik weet niet in hoeverre hij zich bloot durft te geven tijdens het filmen. Dat heb ik bij het maken van The Horseless Prince wel erg gedaan namelijk; de sfeer op de set was veel minder vrijblijvend dan bij andere films. Anderzijds merk ik wel dat ik de laatste jaren überhaupt leer anders met acteurs om te gaan, minder afstandelijk. Nu ik wat ouder word, durf ik mensen echt beet te pakken, alles tegen ze te zeggen, echt met ze te communiceren. Film maken is een heel intiem proces: je moet je als regisseur óók bloot durven geven, daar had ik in eerste instantie best moeite mee. Het is overigens wel afwachten of dat vertrouwensgevoel van twee kanten ontstáát: het is heel erg fijn als het gebeurt, maar je kan het niet afdwingen. Bij Jack, Kurt en Bracha had ik het gelukkig wel: we waren bijna verliefd op elkaar, zo intiem als die draaiperiode van Vet hard! was. Als je echt contact met je acteurs weet te krijgen, dan werpt dat zijn vruchten zeker af volgens mij. Elkaar recht in ogen kunnen kijken is heel fijn tijdens het maken van een film.
Heb je lang op Jack in moeten praten voor dat openingsshot? Daarin geeft ie zich fysiek tamelijk bloot... De titelsequentie bedoel je? Nee, eigenlijk niet. Ik heb het hem gewoon gevraagd; het leek me wel aardig, als associatie met de titel van de film. Die titel wás er op een gegeven moment - daarna hebben we heel lang zitten piekeren hoe we die titel ook enig gestalte konden geven in de film, zodat de titel, die op zich best lekker bekte, ook nog ergens op sloeg. Toen kwamen we terecht bij Bennie: als iemand hem 'dik' noemt, slaat ie diegene neer - opgelost! Het leek me wel een mooi statement: die buik, met daar de letters 'Vet hard' overheen. Dan heeft de kijker ook meteen het gevoel 'oh ja, 1 en 1 is 2'. Daar had Jack absoluut geen moeite mee. Wat hij wél raar vond, was dat ik hem op een gegeven moment belde: 'wil je alsjeblieft je teennagels laten groeien?' 'Waarom dan?' 'Ik wil graag een close-up van je voet met lange teennagels die je dan kan knippen.' 'Okay, best joh.' Ik ben ook degene die die nagel knipt in dat shot: hij kwam er zelf niet bij vanwege de hoek van de camera. Dat was meteen op de eerste draaidag, dat schepte wel direct een intieme band, ja! Toen was al het nog resterende ijs in één keer gebroken.
Eerlijk zijn: wat wilde je eigenlijk worden, acteur of regisseur? In het begin wilde ik acteur worden, absoluut. Maar ik merkte al snel dat ik degene was die de touwtjes in handen wilde hebben op een set. Het zeggen wat er nu moet gebeuren, dat vond ik naast het hele technische procédé en het creëren van die illusie het leukste aan film maken. Dan kom je als acteur niet ver, volgens mij. Nog los van het feit dat ik een belabberde acteur ben, trouwens. Ik heb die keuze overigens wel vrij snel gemaakt: toen ik de Filmacademie ging doen, heb ik al mijn acteeraspiraties achter me gelaten. En daar ben ik echt heel erg blij mee.
Je staat nog steeds ingeschreven bij Kemna Casting en speelde drie jaar geleden nog in Costa!. Ja. .... Hoe weet jíj dat??
Klopt het of niet? Ja, het klopt. Hahahaha! Dat kwam door Job Gosschalk.
Hahahaha! Geef een ander maar de schuld! Nee! Hij zei: 'dat moet je echt doen, dat is leuk'! Ik vónd het ook erg leuk, trouwens.
Wat speelde je? Ik was één of andere geile toerist die Victoria Koblenko in haar borsten moest knijpen. Ik probeerde haar te versieren tijdens een wet t-shirt verkiezing, moest ook nog wat dansen. Het was echt maar een heel klein rolletje hoor, ik ben ongeveer twee minuten in beeld. Ik vond het wel érg leuk. Maar toen ik het terugzag, wist ik helemáál zeker: blijf maar lekker regisseren!
Was je op de Filmacademie een Einzelganger? Hoe bedoel je? Dat ik er uitsprong?
Dat je een beetje buiten 'de groep' viel? Omdat jij film als iets anders zag dan de rest? Neuh... we hadden wel een groepje waar we veel mee optrokken. Daar zat Rolf bij, en Michael, uit de productieklas, nu van Corrino. Je zoekt wel mensen die je aanspreken natuurlijk: de helft van de regieklas wilde documentaires gaan maken, daar had ik absolúút niets mee. Ik wilde geen dramatische films gaan maken zoals de rest, dat wist ik vrij snel zeker. Maar dat betekent niet dat ik ze niet respecteerde of zo. We waren volgens mij wel een vrij hechte groep.
Ze waarschuwden je toch op de Academie: 'wat jij wilt doen, wil iedereen eigenlijk doen, maar je komt er nog wel achter dat dat niet kan in Nederland'? Ze zeiden tegen mij, maar dat was volgens mij een algemene boodschap, dat je als regisseur in Nederland moeilijk of niet aan de bak komt, dat wel. 'Je moet niet denken dat je succesvol wordt omdat je toegelaten bent op de Filmacademie, die kans is echt zó klein.' 'Okay, dat zal dan wel, we zien wel, dit is toch wat ik wil.' Er werd ook wel gewaarschuwd dat het genre films dat ik wilde maken nóg moeilijker was in Nederland, dat 'dit soort films hier inderdaad niet gemaakt worden'. Maar ik wil me ook niet vast pinnen op dat actiegenre: ik wil bijvoorbeeld ook nog wel een keer een goede thriller maken. Ik wil niet de rest van mijn leven alleen maar actiekomedies blijven maken, dat lijkt me op een gegeven moment toch te gaan vervelen. Ik wil me zo breed mogelijk proberen te ontwikkelen als filmmaker. Ze waren streng op de Filmacademie, maar misschien moest dat ook wel: ik was vrij arrogant in die tijd. Ik zat op een wolk toen ik naar de Filmacademie toe ging; ik wist zéker dat ik het wel eventjes zou gaan maken. Van die wolk ben ik vrij snel afgetrapt: 'je weet helemaal níks van film maken en luister vooral naar ons als je iets wilt bereiken in het leven'. Ik móest ook nog heel veel leren: tot die tijd deed ik alles zelf als ik een film maakte. Dacht toen ook echt dat dat zo hoorde. Ik heb op de Filmacademie meteen geleerd dat film maken een intensief teamproces is. Leerde dat er meer mensen komen kijken bij film maken dan alleen maar een hyperactieve regisseur. Dat was een belangrijke les waar ik heel veel aan gehad heb.
Iedereen prijst de sfeer op jouw set: nooit een onvertogen woord, nooit een chagrijnig gezicht, geen slaande ruzies. Wat is je geheim? Ehm... ik wil daar in elk geval niet zelf alle credits voor krijgen hoor: zonder Rolf was ik niet half de man die ik ben op een filmset. Rolf is mijn ogen, Rolf is voor mij echt onmisbaar; zijn aanwezigheid op de set voelt zó vertrouwd. Rolf heeft mij ook geleerd zelfspot te kunnen hebben, trouwens: ik nam mezelf vroeger zó enorm serieus, vond mezelf echt helemaal fantastisch. Tegenwoordig kan ik mezelf een stuk beter relativeren, dat voelt wel erg goed. We mogen onszelf in de handen knijpen dat we elkaar hebben leren kennen op de Filmacademie. Ons werk leek zó enorm op elkaar: hij had ook allemaal achtervolginkjes en vechtpartijen gefilmd, net als ik. Ik zei toen meteen: 'jij gaat mijn eindexamenfilm draaien', en iedereen verklaarde ons voor gek. Ik denk dat een goede voorbereiding op het draaien meer dan het halve werk is: we wisten elk moment precies wat we wilden. Als we geen decoupage hadden, kwamen we niet naar de set: we zijn hele nachten bezig geweest met het plannen elk individuele shot. Film maken is voor een groot deel voorbereiden: als regisseur krijg je zóveel vragen op de set. Alle departementen rekenen er op dat jij weet wat je wilt, dat jij helder kan uitleggen wat ze moeten doen.
"Een groot deel van zijn kracht ligt in het feit dat hij jong is en dus heel authentiek." Stellen zowel San Fu als Wijo Koek. Dus als ik ouder word, verlies ik mijn kracht?
Zeg jij het maar... Voorlopig merk ik daar nog niets van! Ik ben nu alweer helemaal enthousiast voor wat ik hierna ga doen: ik wil vooral weer heel snel de set op, dat is toch míjn plek. Ik kan me maar heel moeilijk voorstellen dat je in dit vak ooit een punt bereikt waarop je denkt het allemaal wel te weten: vooralsnog leer ik elke dag weer iets nieuws, loop ik elke dag weer tegen nieuwe dilemma's aan die opgelost moeten worden. Élke film is anders, élke film is nieuw, dus ik hoop en denk niet dat ik dat enthousiasme ga verliezen. Dat kan ik me gewoonweg niet veroorloven. Dat heb ik trouwens met Rolf ook afgesproken: zodra één van ons arrogant wordt, of blasé, of onzorgvuldig, of onvoorbereid, dat de ander hem dan meteen een flinke trap onder z'n hol mag verkopen. Natuurlijk word je wel ouder en wijzer - hoop ik, althans. Maar als ik bijvoorbeeld Paul Verhoeven zie in interviews, of hoor op dvd-commentaren, dan zie of hoor ik ook gewoon nog een enthousiast kind praten: die heeft, ondanks al zijn ervaring, dat gevoel ook nooit verloren. Dat is volgens mij besmettelijk, als je zo'n man op de set hebt: daar wil je dan metéén voor door het vuur gaan.
'Tim had heel goed door hoe films technisch in elkaar moesten steken, maar het ontbeerde hem nog aan inzicht in het verhaal. Elke goede film moet tot een oude Griek of Shakespeare terug te leiden zijn, óók actiekomedies zoals hij maakt.' Job Gosschalk. Dat vond ik ook het moeilijkste, inderdaad! Niet het opnemen zelf, maar de montage, als je alle scènes voor het eerst achter elkaar ziet. Wat ik heel erg heb geleerd met Vet hard! is dat een scène op zichzelf erg goed kan werken, maar dat een paar van zulke scènes achter elkaar opeens níet meer grappig zijn. We hebben heel erg lopen zoeken naar het juiste ritme om het verhaal te vertellen. De eerste versie was puur op komedie gesneden, maar dat werkte totáál niet. Daarna hebben we een hele zware versie gemaakt, met veel te veel nadruk op het drama: die was niet om doorheen te komen. Pas daarna hebben we het juiste evenwicht weten te vinden, een combinatie van die twee versies. Het was voor mij de allereerste keer dat ik in de montage zoveel veranderingen mee maakte: alle vorige keren filmde ik het verhaal zó dat het maar op één manier te monteren viel. Ik heb daar héél veel van geleerd, we hebben op de montagetafel het verhaal nog flink bij zitten schaven.
Eis jij veel van je crew? Ehm.... ik ben niet een heel autoritair persoon of zo. Op een gegeven moment kan ik wel doordraven als ik iets perse wil: dan moet het wél gebeuren, dat verwacht ik dan wel. Maar ik val niet snel uit of zo: dat is tijdens Vet hard! maar twee of drie keer gebeurd.
'Maar dat kán niet, Tim, veertig verschillende shots in de keuken.' 'Maakt me niet uit, los het maar op!' Hahahaha! Ja, ja, Rolf weer, hij heeft gelijk, hij heeft gelijk. Dan ben ik absoluut veeleisend, ja. Ook bijvoorbeeld naar productie toe: ik leg wel duidelijk uit wat ik wil, en dan moeten anderen maar bedenken hoe we dat het best kunnen bereiken. Maar ik krijg soms ook gewoon 'nee' op het rekwest, trouwens. We hadden bijvoorbeeld voor de sequentie met de Hercules die opstijgt een hele scène bedacht dat Bennie de oprij-plaat van het vliegtuig zou schieten, waarna een paar politieauto's tijdens de achtervolging per ongeluk over die loopplank rijden en vervolgens ongeveer gelanceerd worden. Hartstikke leuk idee natuurlijk! Maar dat hebben we toch moeten schrappen, was teveel gedoe in de beperkte tijd die we hadden. In eerste instantie wilde ik tijdens de achtervolging na de overval ook een Gay Parade langs laten komen, dat leek me echt hilarisch! Ik vind Gay Parades vreselijk, dat geeft homo's zó'n negatief imago. Dát komt namelijk in de media: een moedertje in Drenthe ziet die beelden dan en denkt 'nee, niet mijn zoon!'. Dat was productioneel echter ook niet haalbaar, helaas.
Je hebt vorige jaar een groot interview gegeven aan het jongerenblad Expreszo. Dicht je jezelf wel een voorbeeldfunctie toe? Ik vind wel dat er soms een heel raar beeld wordt geschetst van homo's. Als je de media zou moeten geloven, lopen er in de homo-scene alleen maar leernichten en travestieten rond. Dat ís gewoon niet zo: als ik dat beeld tegen kan gaan, doe ik het graag.
Nog even terug komen op The Horseless Prince. Hoe groot is de impact van de dood van je moeder op je leven geweest? Nou... niet dat ik nou echt een hele zware jeugd heb gehad of zo. Er kwam al heel snel een hele lieve nieuwe moeder; die heeft me helemaal opgevoed alsof ik haar eigen kind was. Wat dat betreft waren we een gewoon normaal gezinnetje. Ik was zeven toen mijn moeder stierf; ik weet alles nog wel op zich. Het beeld dat me het beste is bijgebleven, is dat ze in die kist lag en heel erg op Sneeuwwitje leek: ze was prachtig. Verder herinner ik me eigenlijk vrij weinig details meer van haar. Ik kan me haar stem niet eens meer herinneren. Ik ben ook extreem blij met m'n stiefmoeder Marga, ze is hartstikke trots op me nu. Ze gaat nu een eigen première van Vet hard! regelen voor het hele dorp, ze is superenthousiast. Net als mijn vader trouwens, al vindt hij wel dat ik te weinig in Stompwijk langskom. Ik vraag me wel af en toe af wat m'n échte moeder nu zou doen of denken, maar ik ben er niet dagelijks heel erg mee bezig of zo. Ook tijdens The Horseless Prince viel het effect wel mee, trouwens. Mijn broer, die twee jaar ouder is, is wel serieuzer geworden sinds de dood van m'n moeder: die heeft zich sindsdien altijd verantwoordelijk voor mij gevoeld. Misschien dat de eventuele impact voor mij daarom ook wel meevalt: door hem had ik altijd het gevoel dat het toch wel goed zou komen. Het zal me onbewust vast wel gekneed hebben: je komt natuurlijk erg vroeg heel direct in aanraking met de dood.
Hoe is ze gestorven? Het was een hele zeldzame spierziekte; in Nederland zijn er geloof ik maar zeven mensen die daar aan lijden. Het weefsel dat de impulsen voor je spieren geeft, stierf bij haar langzaam af: ze kon op den duur helemaal niets meer. Ze was op het laatst niet meer dan een kasplantje.
Wat was je drijfveer om The Horseless Prince te maken? Ehm... ik heb het verhaal ooit een keer geschreven, als een soort fantasiebewerking van m'n eigen herinnering. Toen ik het eenmaal op papier had, wilde ik dat verhaal perse een keer verfilmen, dat wel. Misschien wel als een soort eerbetoon, ik weet het niet: ik vond het in elk geval een prachtig verhaal. Misschien was het ook wel een soort verwerking voor me, dat kan best. We hebben het niet voor niets opgenomen in de kerk waar ook mijn moeder toentertijd lag opgebaard. Ik kon me alle details nog herinneren. Mijn vader en mijn broer waren er ook bij toen we dat ene lange crane-shot van de kist met Miryanna erin maakte. Het was precíes hetzelfde als vijftien jaar geleden - de geur, de wierook, het licht, zó vreemd.
Heb je nog iets met je Indische afkomst eigenlijk? Ik vind het eten wel lekker, hahaha! Maar ik ben er verder nooit geweest of zo. Ook geen behoefte aan, eigenlijk. Nee, helemaal niet, ik heb er niet zoveel mee.
Je hebt nu Vet hard! gemaakt als bioscoopdebuut. Hartstikke leuk natuurlijk - maar stél dat je de volledige artistieke en vooral financiële vrijheid had gehad. Wat had je dan gemaakt? Ehm... nou ja, ik roep al jaren dat ik héél graag een keer een soort Misery wil maken: dat vond ik zó'n weergaloze film! Die psychologische spanning tussen die twee mensen, één setting, heel gruwelijk eigenlijk, veel 'oh nee, kijk uit!'-momenten. Zo'n hele opréchte film: het gaat geen moment om special effects, en tóch bereik je het ultieme resultaat. Ik hou erg van griezelen - maar vooral met échte mensen... dat soort films zou ik héél graag willen maken. Of een Nederlandse Leon: twee tegenpolen die elkaar toch nodig hebben - prachtig! En dat einde, dat die plant eindelijk wortels krijgt... dan kan je mij wegdragen, echt.
Is het voor jou moeilijk je over te geven aan een film, omdat je er toch met een beroepsmatig oog naar kijkt? Niet als een film gewoon góed is. Dan doe je dat misschien de eerste vijf minuten, maar als het een goed product is, vergeet je dat héél snel. Bij Finding Nemo was ik al na één minuut diep ontroerd omdat er een getekend visje dood ging - dat is knáp, erg knap, als die ontroering de basale gedachte 'ik kijk nu naar een getekend visje' weg weet te drukken.
(Robbert Blokland, januari 2005)
|