Tim Oliehoek: "Spion van Oranje is gewoon fun"

Door Maarten Bömer

Spion van Oranje is de tweede speelfilm van regisseur Tim Oliehoek, na Vet hard. Hij brengt in het komische actiespektakel twee grote jeugdliefdes samen, James Bond en Paul de Leeuw. "De eerste opnamedag met Paul voelde ik de spanning."

Wanneer ontstond het idee voor Spion van Oranje?
"In februari 2005. Voor de promotie van Vet hard was ik samen met George Baker gast in de show van Paul de Leeuw. Al sinds mijn puberteit ben ik een enorme fan van Paul. Met de hele familie - mijn ouders, ooms en tantes - keken we elke week naar De schreeuw van De Leeuw. Ik vond die shows met Bob en Annie geweldig. Paul was komisch en shockerend. En ontroerend met zijn gevoelige liedjes. Ik ben hem daarna altijd blijven volgen. Ik kocht zijn cd's, ging naar zijn concerten. Dus het was te gek hem nu persoonlijk te ontmoeten. Na de show hebben we samen gesproken. Hij vertelde me dat hij Vet hard fantastisch vond. Ik zei dat ik heel graag zo'n film wilde maken met hem in de hoofdrol. Hij was meteen enthousiast."

Meteen?
"Ja. Hij zei direct: laten we het doen. Kom maar langs. Bij hem thuis vertelde ik dat ik in mijn jeugd twee helden had: Paul de Leeuw en James Bond. Dat ik daarom graag een James Bond-spoof wilde maken met hem als de antiheld. Een onzekere, onhandige man die Nederland moet redden. Dat sprak hem aan."

Bracht hij ook ideeën in?
"Hij gaf suggesties waarop we in het scenario verder bouwden. Bijvoorbeeld de Nederlandse monumenten die verwoest worden, zoals de koninklijke grafkelder in Delft. Dat is voor veel mensen een gevoelige locatie. Dus als die vernield wordt en vervolgens de lucht ingaat, geeft dat een perfect effect."

De scènes waar François in de grafkelder een ravage aanricht, lijken voor een groot deel geïmproviseerd.
"Elk shot was van tevoren bepaald. Waar François loopt, waar hij tegenaan stoot en welke kisten omvallen. Maar binnen die grenzen zochten we wel steeds naar een bepaalde vrijheid voor Paul. Omdat het zijn kracht is. Omdat binnen die vrijheid de mooiste dingen ontstaan. Bijvoorbeeld de scène bij de kist van prins Bernard. We kozen twee vaste standpunten, een hoog point-of-view en een laag vanuit de kist. Dat gaf hem de ruimte om te improviseren. Hij blijft voor de kist staan, maar wat hij daar deed en hoe, stond hem vrij. Binnen het shot lieten we hem los."

De speelruimte voor Paul was dus meestal beperkt?
"Ja, tot een van de laatste scènes die we draaiden, de ontvoering van Irma. De hele film floot ik hem terug. Om te voorkomen dat hij een tegenspeler zou blokkeren of omdat hij niet in het licht stond. Maar bij de ontvoering zei ik: we draaien een totaalshot. Dit zijn de obstakels. Hoe je het doet maakt niet uit. Ga je gang. Hij was echt verbaasd: wat zeg je nou? Hij vond het een overwinning: we vertrouwen elkaar. In die scène ging hij helemaal los. Ontzettend grappig en het stond er in één take op. Omdat hij te lang was, hebben we er bij de montage helaas een stuk uit moeten knippen. Een jumpcut, waardoor het nog iets rauwer oogt. Maar het werkt fantastisch."

Wilde je vanaf het begin dat Paul een dubbelrol zou spelen?
"Dat idee ontstond bij de tweede afspraak. Ik wilde dat hij twee keer in de film zou zitten, ook omdat hij sterk is in typetjes. Je vergeet dat het Paul de Leeuw is, je gelooft zijn personages. Hij weet zo goed contrasten te maken, er zo mooi mee te spelen. Als Paul in de film François speelt, vermomd als Bruno, blijft François er doorheen schemeren. Dat is zo knap. Zoals François de antiheld is, zo is Bruno de anti-schurk. Hij wil de bad guy zijn, heel duivels, maar dat lukt hem maar niet. Door zijn gestotter. En dan helpen Heidi en Ulli hem ook nog voortdurend. Dat wil Bruno niet, want hij wil sterk overkomen."

Hoe snel heb je anderen bij de film betrokken?
"Na de eerste afspraak met Paul had ik een etentje met San Fu. Toen ik hem over het idee vertelde, reageerde hij heel enthousiast: als we een goede komedie willen maken, is Paul de gedroomde hoofdrolspeler. Jeroen Beker en Frans van Gestel, die samen met San Fu Vet hard produceerden, kwamen er bij en Frans stelde Tijs van Marle voor als scenarioschrijver. Met hem had ik eerder goed samengewerkt bij de serie Shouf Shouf. Met zijn allen zijn we gaan brainstormen. Over verhaallijnen, ingrediënten, situaties. Wat zou leuk zijn om te vernietigen? We wilden de gay parade laten ontploffen, François zou in zeehondenpak Pieterburen zou bevrijden. Tijs en ik hebben daarna samen het scenario ontwikkeld. De Geheime Dienst met Lena en Mustafa komt van hem. Ik heb de moeder erin gebracht. Ik heb de film, denk ik, gevoeliger willen maken dan Tijs in zijn hoofd had. Dat was soms een discussiepunt tussen ons. Dat vond hij dan te weeïg. Hou toch op man, in een komedie moet gelachen worden. Maar met alleen komedie en actie, houd je het volgens mij als kijker niet anderhalf uur vol. We waren het niet altijd eens, maar het waren wel vruchtbare discussies."

Door de relatie tussen Irma en haar tweelingzonen is Spion van Oranje niet alleen komisch en enerverend, maar ook ontroerend.
"De mooiste emotionele scène is die tussen Bruno en Irma in de kooi. Hij voert haar eten en maakt daarna haar gezicht schoon. Dan kijkt zij hem aan. Door haar uitdrukking raakt ze hem op een gevoelige plek. Dat had Bruno niet verwacht en hij loopt er dan ook voor weg. Spion van Oranje is aan de ene kant een effectenfilm met waanzinnig geluid en muziek. Je mag er nooit uitgaan, nooit over nadenken, want het is onzin. Gewoon fun. Maar de film krijgt een extra laag door de relatie tussen de hoofdpersonen. In het eerste scenario was alleen Nederland in gevaar en moest een modeontwerper het land redden. Dat was afstandelijk. Daarom bedachten we met de moeder een extra lijn. Door haar ontvoering wordt de opdracht voor François persoonlijker, emotioneler. Irma en François begrijpen elkaar niet. Ze leven in verschillende werelden. Bij de modeshow zegt ze: je kunt altijd nog in de snackbar werken bij oom Piet. Ze houden wel van elkaar, maar Irma geeft François nooit een compliment. Terwijl hij juist haar erkenning zoekt. Dat is herkenbaar voor iedereen."

Wie hebben zich nog meer met het scenario bemoeid?
"Iedereen heeft bijdragen geleverd. San Fu kwam bijvoorbeeld met het idee voor de spoofs. Verwijzingen naar bekende films zoals Silence of the Lambs, Robocop, Zwartboek en natuurlijk veel James Bond. Frans van Gestel is een ster in het analyseren van een scenario. Hij kijkt naar de spanningsbogen. Het script zat vol leuke grappen en grapjes, maar die moesten wel in dienst staan van wat François wil bereiken. Over het scenario hebben we lang gedaan, maar er waren ook periodes dat het tijdelijk stil lag, omdat Zwartboek en Alles is liefde er tussen zaten. Begin 2005 ontstond het idee, eind 2007 was het scenario af."

Hoe verliep de casting?
"Voor het grootste deel zijn het mensen met wie ik al langer wilde samenwerken. Paul is mijn jeugdidool. Najib Amhali heb ik ontmoet op de set van Shouf Shouf. Een geweldige vent en erg geestig. Hij speelt als Mustafa een agent van de Geheime Dienst, die macho wil zijn, maar dat absoluut niet is. Dat komt ook door Najibs uiterlijk en uitstraling. Want hij is aandoenlijk door zijn prachtige donkere ogen, zijn uitstaande oortjes en de inhammen in zijn kapsel. In zijn strakke kleding oogt hij ook net iets te zwaar. We hebben hem aangekleed als Bruce Willis in de laatste Die Hard-film. Omdat hij zo graag een Bruce Willis wil zijn. De rol is op Najib geschreven.
Jennifer Hoffman, die Lena speelt, is behalve een heel aantrekkelijke ook een sterke vrouw. Ze is spannend, want je komt als kijker nooit dicht bij haar, terwijl je dat wel wilt. Ze geeft zich niet meteen. Wel als actrice, want Jennifer is ontzettend aardig en goed te regisseren. Voor haar rol zocht ik ook naar een goede match met Najib. Daarvoor hebben we bij de audities de DNA-scène gebruikt. Lena en Mustafa houden een presentatie en er ontstaat een competitie wie de meeste indruk maakt op Dekker en de andere leden van de Geheime Dienst. Die scène werkte erg goed tussen Najib en Jennifer.
Nelly Frijda stond ook op mijn wenslijst. Ik heb haar leren kennen in de kroeg toen ik net in Amsterdam woonde. Het klikte meteen. Een leuke en spannende vrouw. Ik wilde graag dat zij Irma zou spelen."

Had je de bijrollen ook al vooraf in je hoofd?
"Met Fred Goessens, die Dekker speelt, had ik eerder samengewerkt bij Shouf Shouf. Een heel fijne man. Het is heerlijk werken met hem. Hij is open en hartelijk, geeft zich volledig, komt voortdurend met ideeën en is altijd goed.
Hans Kesting, die Ulli speelt, heeft vaker samengewerkt met Paul. Ze hebben een bijzondere chemie en dat kwam ook in de castingsessie naar voren. Ik zag Ulli als nederig, stiekem verliefd op zijn baas Bruno. Je kunt om hem lachen, zonder dat hij grappig mag spelen. Hans begreep dat. De test was hilarisch. Ulli staat achter de camera en regisseert Bruno, die een videoboodschap inspreekt. Met zijn lijzige stem roept Ulli "Actie!" Vervolgens corrigeert hij de stotterende Bruno voortdurend, die daardoor in woede uitbarst.
Ook Plien van Bennekom kende ik alleen van televisie, van Plien en Bianca en Koefnoen. Heidi is een platte rol die helemaal de verkeerde kant kan opgaan. We hebben veel actrices getest. Achteraf zou ik niemand anders weten die haar had kunnen spelen. Plien moet op Paul zitten, ze moet hem likken, met hem stoeien en vallen. Zij kan dat heel strak en serieus en daardoor ontzettend humoristisch spelen. Ik heb haar heel vrij gelaten, want haar humor is bijna niet te regisseren. Hoe ze moest lopen stond bijvoorbeeld vast, maar ze koos zelf de handelingen. Daardoor kreeg ik zoveel cadeau."

De cameo's van onder anderen Gerard Joling, Jort Kelder en Patty Brard zijn heel effectief.
"Het is leuk om bekende Nederlanders gruwelijke dingen te laten overkomen. In herkenbare situaties bovendien, zoals Gerard Joling in de haarkliniek en Jort Kelder met zijn auto's. Patty Brard speelt een uitvergroting van zichzelf. Zij heeft enorm veel zelfspot. Iedereen wilde graag meespelen en zette zich volledig in. Gerard kwam ik tegen in de kroeg en vroeg of ik hem niet eens in een film kon stoppen. Dat wilde ik graag. Jort Kelder komt misschien niet altijd sympathiek over, maar is dat in het echt wel. En hij was enorm gemotiveerd. Hij kwam met zijn eigen kleding. Hij wilde het graag goed doen. Bij de worst die op zijn hoofd terecht kwam, liet hij zich voluit op de grond vallen."

Wilde Lucille Werner ook gelijk meespelen in een sekstape?
"Geen enkel probleem. Ze wilde alleen dat er geen grappen werden gemaakt over haar handicap. En dat het een beetje netjes in beeld kwam. We zochten voor dat rolletje iemand van wie je het niet zou verwachten. En het leek me leuk om een grote gespierde neger bij haar in bed te leggen. Die staat niet meer op de kaart, zegt Lucille vaak in Lingo. Nu zegt ze het als de Euromast tegen de grond valt."

Welke stijl stond je bij deze film voor ogen?
"Vet hard was heel rauw, met veel hand-held. Deze keer wilde ik het wat cleaner met meer statische shots. Een beetje een stripboekgevoel. Met meer totalen, waarin de personages rondlopen en waardoor meer in het kader zelf gebeurt. Ik wilde het ook kleurrijker, met meer contrasten. Groen in de cel waar Irma gevangen zit, blauw in crisiscentrum, wit bij BrunoCorp en warme kleuren bij Irma thuis."

Bij Vet hard mocht je van de producenten alleen je vaste cameraman, Rolf Dekens, meebrengen. Had je nu meer keuzevrijheid bij de samenstelling van de crew?
"Ja, maar omdat Vet hard zo'n geweldige ervaring was, hebben we nu met bijna dezelfde crew gewerkt: camera, grip, licht, make up, een deel van de kleding. We hadden alleen een andere art director en opnameleider, Jan Rutgers en Mark van der Bijl. En de special effects zijn van Planet X. Dat is een jong bedrijf van Dennis Klein met wie ik op de Filmacademie zat. Toen zag ik al fantastische dingen van hem. Hij zat een jaar onder mij en is afgestudeerd met een Star Wars-achtige film. Ik heb eerder met hem samengewerkt aan commercials, bij 15:35 spoor 1 en The Horses Prince. Ik wilde hem al bij Vet hard, maar toen had hij nog niet genoeg ervaring. Inmiddels heeft hij onder anderen aan Scheepsjongens van Bontekoe gewerkt. Dennis weet zijn effecten iets extra's mee te geven waardoor ze nog levensechter aanvoelen. Spion van Oranje is ook echt zijn film. Hij heeft er enorm veel tijd en energie in geïnvesteerd en was vaak op de set.
Met Mark van der Bijl hadden we de beste opnameleider van Nederland. Hij is een uitstekende planner en komt helemaal op voor de regisseur. Hij houdt zoveel voor je weg. Ik heb me helemaal kunnen concentreren op het regisseren. Mark creëert rust op de set. We draaiden ruim dertig slates per dag, terwijl vijftien normaal is. En toch konden we ontspannen werken. Dat kwam door een groot deel door Mark. We merkten het toen hij een paar dagen weg was. Toen was het kalmerende effect ook meteen verdwenen.
Jan Rutgers kwam erbij via Willem de Beukelaer, die goede ervaringen met hem had. Met Jan is het gemakkelijk communiceren. We hebben veel plaatjes en films bekeken, onder meer van James Bond. Locatiebezoeken waren ook belangrijk. De kliniek wilde ik heel wit hebben, van binnen en buiten. In Hilversum vonden we een gebouw van Richard Meier, waar Van den Ende nog heeft gezeten. Het hitech-gedeelte moest er heel gelikt uitzien, in contrast met de lulligheid van bijvoorbeeld de garnalenbus. Hoe de grafkelder eruit ziet, weet niemand. Misschien wel strak, met veel marmer. Maar ik wilde een stoffig gevoel, zoals in de Indiana Jones-films. Het crisiscentrum moest heel clean zijn, met veel monitoren en een klassieke verhoorruimte. Jan is ook een hele praktische man. Veel art directors zijn meer production designers, die hun ontwerpen door anderen laten uitvoeren. Jan heeft de sets, in een oude kerncentrale in Meppen, niet alleen bedacht maar ook helpen bouwen: de grafkelder, het ondergrondse centrum van BrunoCorp, de cel waar Irma vastzit, het crisiscentrum van de Geheime Dienst. Eén grote ruimte met allerlei sets bij elkaar."

Waarom werk je zo graag samen met Rolf Dekens?
"Ik ben samen met Rolf volwassen geworden in de filmwereld. Hij is niet alleen een uitstekende cameraman, die zijn mensen met veel energie en humor weet te motiveren, maar hij is ook heel betrokken. Hij geeft zich volledig. Hij waagt zijn leven, gaat uit een auto hangen voor een goede shot. De film is net zo goed van hem als van mij. Toen het even dreigde niet door te gaan, stonden we samen te janken. In de afgelopen jaren is hij ook nog eens enorm gegroeid. Hij is ongelofelijk met licht, sfeer en kadrering."

Nog even terug naar Paul de Leeuw. Hoe verliep de samenwerking op de set?
"Voor de eerste opnames voelde ik de spanning. Na drie jaar voorbereiding zou het dan gebeuren. Ik zou eindelijk met hem samenwerken. Het gekke was dat hij ook niet helemaal op zijn gemak leek. Bij zijn tv-programma's werkt hij met een vast team. Mensen die hij kent en vertrouwt. Nu stond hij in een nieuwe omgeving. Ik had eenvoudige scènes gekozen om mee te beginnen. In de eerste takes kwam Paul aanlopen met een dienblad. Na de tweede take was ik tevreden en liet hem het resultaat zien op de monitor. Hij zei: ik zie het prijskaartje onder het dienblad. Ik kon wel door de grond zakken. Maar daarna was de hele draaiperiode een feest. We hadden een geweldig team. Paul voelde zich thuis, was blij dat hij niet de verantwoordelijkheid had en zich helemaal kon concentreren op het acteren. Daar stopte hij al zijn energie in. En die bleek onbegrensd."